Adres

Buren 16
8764 PR Dedgum


Toegang

Gratis
Betaald
Minder validen


Contact

Wiebren Poelstra
Arkumerlaan 6
8764 PN Dedgum
0515-579444


Sleuteladres

Wiebren Poelstra
Arkumerlaan 6
8764 PN Dedgum
0515-579444

KERKEN - Kerk - INFORMATIE

Van de oude kerk van Dedgum is niets meer over, behalve het poortje van Aijlva uit 1707 - nu onderdeel van het Fries Museum. De huidige kerk van Dedgum stamt uit de laatste helft van de negentiende eeuw - maar heeft wel bijzondere elementen.

PLAATSELIJKE COMMISSIE

De Plaatselijke Commissie van Dedgum kunt u bereiken door contact op te nemen met het contactadres wat u links op deze pagina vindt.

360° foto's


Bouwstijl

Zaalkerk met toren

Ligging

Op een terp in het dorp Dedgum, tussen de boerderij en de kern van het dorp, ligt de hervormde kerk van Dedgum.

Datering

1889

Exterieur

Een zaalkerk met aan de westkant een ranke, hoge toren voorzien van een ingesnoerde, achtzijdige spits. De kerk is vier venstertraveeën lang, met aan de oostkant een driezijdige sluiting waarvan alleen het middelste muurvlak geen venster heeft omdat hier de preekstoel staat. De muren met gepleisterde plint zijn opgetrokken in bruine baksteen en per travee voorzien van een rechthoekig spaarveld met rondboogvenster waarin een houten kozijn met gietijzeren raam.

Bijzonder is de dakbedekking. Deze bestaat, op het noordoostelijke dakschild na, uit ongeglazuurde Lucas IJsbrandspannen.

Interieur

De kerk is op twee manieren toegankelijk, via het torenportaal in de westgevel of via de hoofdentree in de eerste travee van de noordmuur.
Het interieur kent een karakteristieke laat negentiende-eeuwse inrichting. Deze bestaat uit een kerkzaal en een voorportaal onder de orgelgalerij, van elkaar gescheiden door een peiwand. 

In het zuidelijke deel van het voorportaal zijn de consistoriekamer en de trapopgang gesitueerd. De kerkzaal is ingericht met een lambrisering van kraalschrootjes en een lange rij banken aan weerskanten van een centraal middenpad, dat eindigt tegen het doophek met balusters.

Achter het hek bevindt zich het liturgisch centrum met de kerkenraadsbanken en de preekstoel. De ruimte zelf is overdekt met een boogvormig stucgewelf voorzien van gietijzeren sierroosters. Trekstangen voorkomen dat de muren uit elkaar worden gedrukt. Een van de bijzonderheden aan het interieur is de oorspronkelijke gaafheid van de kleurstelling. De donkerbruine eikenhoutimitaties op de banken, peiwand en lambrisering zijn samen met de roodbruine kleuren van het orgel en de onderdelen van de orgelgalerij vrijwel ongewijzigd. Slechts de vloer is aangepast, van  roodbruin naar blauwgrijs, vermoedelijk in 1956 toen enkele wijzigingen plaatsvonden.

Toren

De toren is opgebouwd uit drie geledingen, per laag versierd met rechthoekige en rondboogvormige spaarvelden. De middelste geleding is de hoogste, hier is in het bovendeel aan drie zijden een cirkelvormige wijzerplaat aanwezig in een speciaal hiervoor gemetselde uitsparing. De wijzerplaat is gekoppeld aan het gemechaniseerde, smeedijzeren torenuurwerk dat van omstreeks 1625 dateert.
Kenmerkend aan de laatste bouwlaag zijn de beide smalle rondboogvormige galmgaten die per gevelvlak het beeld bepalen. Via deze gaten vindt het geluid van de klok door A.H. van Bergen uit 1890 zijn weg. Volgens de kerkvoogden ‘eene eerste kwaliteit torenluidklok, die uitmunt door netten vorm, zuiveren toon en gemakkelijke beweeglijkheid.’

Orgel

Drie jaar na de oplevering van het gebouw kwam het orgel gereed. Het werd geleverd door L. van Dam en Zonen en feestelijk in gebruik genomen.

Preekstoel

De preekstoel is zorgvuldig vormgegeven. Vijf versierde panelen worden afgewisseld door consoles. Er is een duidelijke hiërarchie in de panelen. Het fraaiste stuk is het centrale frontpaneel. Dit paneel is versierd met twee papegaaiachtige vogels aan weerskanten van een bloemvaas met een grote variëteit aan bloemen. 

Links en rechts van dit paneel vinden we vergelijkbare panelen, maar dan met een centrale papegaai geplaatst op een boeket aan vruchten en omringd door bladornament en bloemenkransen. De minst zichtbare panelen aansluitend op de muur bestaan uit zogenaamd servetwerk binnen een kader van bladornament.

De kuip van de preekstoel is bereikbaar via een eikenhouten trap uit 1889. Aan deze trap is een koperen doopbekkenhouder bevestigd, in 1767 vervaardigd door S. Klinkhamer. Deze sierlijke en scharnierbare draagarm mondt uit in drie pootjes met daarop de ring waarin het koperen doopbekken ligt. De vorm van de houder is opvallend en bijna identiek aan het exemplaar in de kerk van Tjerkwerd, dat gezien de signatuur EEV het werk zal zijn van de vermaarde Amsterdamse geelgieter Elias Eliasz. van Vliet.

Documenten

KB Dedgum2014.pdf

AGENDA